Dit is gewoon schaamtevol:
https://www.ad.nl/binnenland/nederlander-maakt-gehakt-van-belgisch-tolvignet-als-je-geld-vraagt-wil-ik-op-zn-minst-fatsoenlijke-wegen~a102d0cb/Een citaat:
Betalen naar gebruikHet is een reactie die vaker terugkomt: mensen vinden België best leuk, maar niet leuk genoeg om voor één dagtrip ineens een jaarbedrag neer te leggen. Wat veel mensen wél redelijk zouden vinden: betalen naar gebruik. Zoals in Frankrijk, waar je per traject tol betaalt. Of een goedkoper vignet voor kort verblijf, zoals in Oostenrijk.
Wie vaker in België komt, kan het bedrag misschien sneller ‘terugverdienen’, maar ook dan blijft de vraag knagen: wat krijg je ervoor terug? Op Hazeldonk gaat het gesprek dan vrijwel altijd dezelfde kant op. En die kant is: het wegdek.
Birgül (52) en Mehmet (58) uit Zaandam hebben familie in België en komen er regelmatig. Mehmet zegt het zoals veel Nederlanders het voelen: „Die slechte wegen hier, die hobbels.” Birgül noemt het plan ‘ronduit geldklopperij’.
Even verder lezen we:Zeker omdat bijna iedereen dezelfde ervaring noemt: je hoeft het bord België niet eens te zien om te weten dat je er bent. De auto vertelt het je wel. En juist daarom schuurt het plan. Betalen kan best, zeggen sommigen, maar dan liever eerlijker, goedkoper of per rit — en vooral: voor wegen die niet aanvoelen alsof je op een wasbord rijdt.
Welnu, ik heb een haat-liefdeverhouding met België. Ooit per toeval eigenlijk zakelijk in het land “gestruikeld”, via aanbiedingen en pijnpunten… Evenals leuke en minder leuke ervaringen gehad in het land. Maar over het algemeen: er is genoeg om te haten, en meer dan genoeg om lief te hebben. En met de historiek die het land heeft, is het sowieso lopen op eieren, en is het bestuur een uitdaging van jewelste.
Geen 1:1 vergelijking mogelijkDe vergelijking tussen Belgische en Nederlandse wegen duikt vaak op, meestal met de impliciete boodschap dat “België het slecht regelt” en Nederland het beter doet. Dat klinkt eenvoudig, maar laat cruciale context weg: zowel beleidsmatig als fiscaal.
Om te beginnen: wegkwaliteit is een beleidskeuze, geen morele maatstaf. Nederland investeert al decennia zwaar en consistent in infrastructuur. België heeft daarentegen bewust meer publieke middelen besteed aan gezondheidszorg, sociale zekerheid, onderwijs en inkomensbescherming. Die keuzes zijn zichtbaar in snellere toegang tot zorg, lagere studiekosten en een sterkere sociale vangnetstructuur. Dat geld kan maar één keer worden uitgegeven, en infrastructuur is één van de domeinen waaraan België een lagere prioriteit heeft gegeven.
Daarnaast zijn er structurele verschillen die zelden worden meegewogen. België kent een extreem hoge bebouwingsdichtheid, lintbebouwing en versnipperd bestuur. Wegen functioneren er niet alleen als verkeersassen, maar ook als woonstraat, nutsvoorzieningscorridor en lokale toegangsweg. Dat maakt aanleg en onderhoud complexer en duurder per kilometer dan bij de doelgericht geplande Nederlandse wegen. Een vergelijking van asfaltkwaliteit zonder deze context is simpelweg misleidend.
Wat in de discussie ook vaak ontbreekt, is hoe mobiliteit fiscaal wordt belast. De verontwaardiging over een mogelijk Belgisch vignet van circa 100 euro per jaar voor buitenlandse automobilisten klinkt begrijpelijk, maar alleen als je het los ziet van het totale plaatje.
Belgische automobilisten betalen namelijk op andere momenten en via andere kanalen. In Vlaanderen is de jaarlijkse verkeersbelasting gebaseerd op fiscaal vermogen en cilinderinhoud en ligt die vaak lager per maand dan in Nederland, maar dit wordt gecompenseerd door een hoge eenmalige BIV bij aankoop. Daarbovenop is brandstof in België gemiddeld 35 tot 45 cent per liter goedkoper dan in Nederland: een voordeel waar Nederlandse automobilisten jarenlang van hebben geprofiteerd, maar dat tegelijk betekent dat de Belgische overheid minder accijnsinkomsten heeft voor infrastructuur.
In Nederland ligt de motorrijtuigenbelasting (afhankelijk van gewicht, brandstofsoort en provincie) structureel fors hoger dan in België en in veel andere landen. Nederlandse automobilisten betalen dus continu hoge gebruiksbelastingen, en die vloeien rechtstreeks terug naar onderhoud en infrastructuur. Dat zie je terug in de wegkwaliteit.
Met andere woorden:
- België heft relatief meer bij aankoop en minder tijdens gebruik
- Nederland heft structureel hoge gebruiksbelastingen
- Lagere brandstofaccijnzen in België betekenen minder middelen voor wegen
- Hogere Nederlandse MRB vertaalt zich zichtbaar in betere infrastructuur
In dat licht is een vignet geen “extra straf”, maar een poging om ook buitenlandse weggebruikers te laten bijdragen aan een netwerk dat anders grotendeels door Belgische belastingbetalers wordt gefinancierd: belastingbetalers die bovendien relatief veel bijdragen aan sociale uitgaven.
OversimplificatieJa, Belgische wegen zijn vaak slechter. Maar dat reduceren tot onbekwaamheid of inefficiëntie is een te grove vereenvoudiging. Het gaat hier om bewuste beleidskeuzes, verschillende fiscale systemen en andere prioriteiten. Je mag het Nederlandse model verkiezen, dat is legitiem, maar het is niet de enige rationele manier om een land te organiseren.
En de wijze waarop het AD-artikel dit formuleert, is eigenlijk tegen het schandalige aan. Het stinkt enigszins. Waarom? Het heeft de geur van een veelvuldig wederkerend narratief dat “wij Nederlanders de zaakjes wel op orde hebben”, tezamen met: “wij hebben daar dan ook recht op… want WIJ BETALEN”, alsook: “... wij zijn het slachtoffer ...”
En dat zeg ik als iemand vanuit een Nederlandse context, die inmiddels in heel Europa zijn weg weet te vinden en vaker buiten Nederland verblijft dan in Nederland. Maar het is iets wat mij keer op keer tussen de regels door opvalt. Of het nu gaat om het banksysteem en het vertrouwen in buitenlandse banken, creditcards versus bankkaarten, of het OV (“wij doen het g-e-w-e-l-d-i-g”), de geluksindex (wat dat ook moge zijn — als je dat afzet tegen het aantal mensen met psychische problemen die niet geholpen kunnen worden, de wachttijden voor primaire gezondheidszorg, ouderen die overlijden omdat ze het verkeerde spuitje insuline krijgen, en de collectieve onvrede, dan vraag ik me oprecht af: wat meet die index eigenlijk? Verwarren we een gevoel van zelfvoldoening en eigendunk met werkelijk geluk?), of ... zit bij de Nederlander het geluk juist in het niet uitgesproken, maar wel gevoelde idee van “superioriteit”, gecombineerd met een pertinente staat van “slachtofferrol”?
Je mag er alles van vinden, maar ik ben de mening toegedaan dat dit een schofferend artikel is. Zeker omdat de economische én demografische uitdagingen mondiaal zijn (ook zeer zeker in België) en echt een zware tol eisen. En Nederland het in veel zaken echt niet beter heeft gedaan dan België, maar wel duidelijk anders.
En als we echt een steek richting Nederland willen geven: die “superieure infrastructuur” is op veel plekken optisch en oppervlakking in een goede staat, maar structureel in een deplorabele staat. Bruggen en tunnels staan soms niet ver van instorting, zijn economisch afgeschreven, dijken verkeren in geen veel betere staat, rioleringen zijn eveneens in een treurige conditie, en er is heel veel dat niet zichtbaar is. Gelukkig niet overal, en als het wordt aangepakt, gebeurd dat met een zekere Calvinistische discipline. En laten we misstanden als de toeslagenaffaire, en vele andere antisociale zaken, waaronder ook de werkloosheidsuitkeringen en de regels hieromtrent en de kinderopvang, vooral niet noemen.
Maar o wee, als de Nederlander moet betalen voor het gebruik van de Belgische weg, dan verwordt zijn klaagzang over de “deplorabele staat van het Belgische wegennet” tot een schofferend narratief, doordrenkt van buiten context geplaatste versimpelingen van de realiteit, die gewoon geen hout snijden. En wat betreft de kritiek binnen België: ook daar is niet iedereen overtuigd van “de juiste weg”, maar uiteindelijk moet het wel ergens van betaald worden.
En het klinkt allemaal heel leuk: “per rit betalen”, “kort verblijf-vignet”. Maar daar zit natuurlijk ook een boekhoudkundig verhaal achter, ontegenzeggelijk; het is niet louter pure “geldklopperij”.
Denk aan het verschil in administratie: een vignet per jaar kopen en dit aan een kenteken koppelen, versus een systeem met verschillende gekoppelde cameratoezicht- en trajectcontrolesystemen, met daarbij ook nog eens een hoog aantal transacties en mutaties over wie nu wel en wie niet op de weg mag rijden, met daaraan gekoppelde boekhoudingen en verantwoordingen.
Kortom, weer een wakkerschud moment van hoe we momenteel naar elkaar kijken anno 2026.