Ik heb sterk het gevoel dat LLM’s op de middellange termijn (mogelijk) aanzienlijke schade zullen toebrengen aan het begrip “AI”.
De term “AI” omvat uiteraard een breed scala aan technologieën, waarvan LLM’s er slechts één zijn. En eerlijk gezegd: op zichzelf functioneren LLM’s prima. Het probleem ontstaat wanneer ze steeds vaker worden ingezet voor toepassingen die óf te kritisch en complex zijn om door een LLM betrouwbaar te worden uitgevoerd, óf nog onvoldoende volwassen zijn, óf juist aanvullende optimalisaties en ondersteunende systemen missen.
Denk aan LLM’s die pas echt effectief worden wanneer ze gekoppeld zijn aan gespecialiseerde hulpmiddelen die hun beperkingen opvangen.
Dat huidige AI-technologie in staat is menselijk gedrag na te bootsen, is op zichzelf een enorme prestatie. Dat ze via statistische modellen ook nog zinvolle antwoorden kunnen genereren, is al helemaal opmerkelijk. Maar uiteindelijk blijven het algoritmen: systemen met ingebouwde verwerkingspatronen die onvermijdelijk in hun antwoorden doorklinken. Soms overduidelijk, soms subtiel, maar altijd aanwezig.
Daarnaast zie ik een bredere ontwikkeling die al langer gaande is: de belofte van “snelle verbetercycli” zoals in agile-methodieken. Dat principe, waarbij halfafgewerkte producten alvast op de markt worden gebracht om later stapsgewijs te verbeteren, is inmiddels bijna een dogma geworden. Voeg daar nu de inzet van LLM’s aan toe, en de verleiding wordt groot om nog roekelozer te handelen. De glinstering in de ogen van aandeelhouders, managers en investeerders spreekt boekdelen: de technologie wordt niet ingezet uit zorgvuldigheid, maar uit winstbejag.
De gevolgen zien we nu al. In delen van Europa worden nauwelijks nog stagiairs of juniorprogrammeurs aangenomen. In de freelancewereld kelderen de tarieven. De IT-sector – ooit een domein van innovatie en hoge lonen – verandert in rap tempo in een klassieke industrie. De magie, de nieuwigheid en vooral de opgebouwde kennis en ervaring dreigen gemarginaliseerd te worden. Want “een AI kan het toch”.
Dat geldt niet alleen voor programmeurs. Taalprofessionals zoals tolken, vertalers, schrijvers en journalisten voelen de impact al sterk, net als grafisch ontwerpers. Fotografen, filmmakers, acteurs, muzikanten en scenarioschrijvers staan als volgende in de rij. Vervolgens komen de functies in klantcontact onder druk te staan: helpdeskmedewerkers, receptionisten, klachtenafhandelaars. En van daaruit verschuift het probleem verder richting paramedisch personeel, juridische ondersteuning, ambtenaren en uiteindelijk ook naar hogere functies.
De maatschappelijke gevolgen zijn aanzienlijk. Steeds meer mensen zullen hun baan verliezen, waardoor besteedbaar inkomen verdwijnt en armoede toeneemt. Die sociale onvrede zal zich uiteindelijk vertalen in politieke instabiliteit en, in het slechtste geval, in gewelddadige conflicten.
Kortom: AI zelf is niet de vijand. Het werkelijke gevaar zit in de manier waarop de technologie wordt ingezet: te snel, te lichtzinnig en met een visie die vooral gedreven wordt door economische belangen. Daarmee wordt de samenleving een richting opgeduwd die verre van zeker, laat staan positief, is.
Oftewel: die dwangmatigheid met betrekking tot AI zal zich uiteindelijk tegen de gewone man en vrouw keren, in de vorm van banenverlies en marginalisatie. Immers, wat jij kan, kan een LLM 100x beter. Waarom heb ik jou (als mens) nodig?
Dit denken begint overal door te sijpelen, soms zonder dat mensen zelf er erg in hebben, doen ze er (inmiddels) soms zelf aan mee ...